Dyslexie

De oorzaak van dyslexie

 

Maar waar komt die dyslexie nu precies vandaan? Is het een gebrek aan vaardigheden, het gevolg van slecht onderwijs, of is er een afwijking in de hersenen of zenuwen die dyslexie veroorzaken?

Hieronder de meestgenoemde oorzaken die je tegen zult komen zodra je gaat zoeken naar de oorzaken van dyslexie. We hebben eerst alle theorieën zo objectief mogelijk neergezet, om er vervolgens onze conclusie aan te verbinden.

Problemen met de hersenen

Bij de meest recente onderzoeken wordt gebruik gemaakt van MRI- en PETscans om de oorzaak in kaart te brengen. Bij recent onderzoek, waaraan proefpersonen mét en zonder dyslexie meededen, werden de proefpersonen tegelijkertijd een woord getoond terwijl zij ook een woord hoorden. Intussen liep de MRI-scan mee om hun reactie te registreren. De woorden die zij zagen, kwamen niet exact overeen met de woorden die zij hoorden. De MRI-scan toonde aan dat de hersenen bij de proefpersonen zonder dyslexie dit verschil direct konden onderscheiden, maar dat hier niets gebeurde in de hersenen van de personen met dyslexie.

Bij een ander onderzoek waarbij gebruik werkt gemaakt van EEG’s, waarbij een heleboel elektrodes tijdelijk op het hoofd van een persoon worden geplakt, werd het mogelijk om de hersenactiviteit te meten, in dit geval van een aantal, dat leerden lezen. Hier werd duidelijk dat bij het leren lezen een kind voornamelijk veer hersenactiviteit vertoont aan de rechterzijde van de hersenen. Een vergevorderde lezer vertoont juist weer voornamelijk hersenactiviteit aan de linkerzijde van de hersenen.

En hier was nu een duidelijk verschil waarneembaar met dyslectische kinderen: ze gebruiken de linkerkant wel, maar blijven hun rechterzijde zes keer heftiger gebruiken dan een kind zonder dyslexie. En dat is opvallend, want de taalcentra bevinden zich juist aan de linkerkant van ons brein en zouden voor een vlot verloop dan ook het meest gebruikt moeten worden. Dit kan overigens ook verklaren waarom dyslectische mensen sneller vermoeid raken bij schrijven en lezen en taal leren.

Op de Northwestern University in Chicago heeft men het in het onderzoek naar dyslexie zich gefocust op de activiteiten in de hersenstam bij het luisteren. Deze hersenstam is de eerste plek waar geluidssignalen worden verwerkt. Uit eerder onderzoek is gebleken dat mensen automatisch ingesteld zijn om in een rumoerige omgeving alleen relevante geluiden te onderscheiden: ze horen alleen de dingen die voor hen belangrijk zijn. Met deze theorie in het achterhoofd ontdekten de onderzoekers dat hier een afwijking in de hersenstam waarneembaar is bij mensen met dyslexie: zij hebben moeite met het filteren van deze geluiden. Er komt zoveel informatie binnen, dat het veel meer moeite kost te blijven concentreren op enkel de relevante (belangrijke) informatie.

Oogbewegingen

Gerelateerd aan de problematiek in de hersenen, zijn problemen met oogbewegingen. Wie wel eens heeft gekeken naar de ogen van een persoon die zit te lezen, zal hebben opgemerkt dat de ogen zich op unieke wijze bewegen. Ze springen met kleine schokjes door een tekst heen. In feite fixeren ze zich steeds op andere woordjes, wat langer op moeilijkere woorden, wat korter op makkelijke woorden. Eenvoudige, veelvoorkomende woorden als ‘een’, ‘het’, en ‘van’ krijgen nauwelijks de aandacht, terwijl een woord als ‘edukinesiologie’ een langere fixatie vereist bij iemand die dit woord zelden gebruikt of tegenkomt.

Deze oogbewegingen worden aangestuurd door het taalgebied in onze hersenen. Zij zijn door onze leeservaring erop getraind om lang genoeg op ieder woord te kunnen blijven hangen en teksten goed te kunnen scannen om zo vlot mogelijk de juiste betekenis eruit te halen. Uit onderzoek blijkt dat de oogbewegingen van mensen met dyslexie niet zo effectief verlopen als bij niet-dyslectici. Vooral dyslectische kinderen die de grootste problemen hebben met het overslaan van regels, woorden en zinnen overslaan en gaten laten vallen bij het voorlezen blijken afwijkende oogbewegingen te maken. Hun bewegingen zijn ‘grover’, ze maken grotere sprongen terwijl ze beter kleinere stapjes zouden kunnen maken. Fysische training van de oogbewegingen lijkt geen verbetering te geven.

Tussen de hersenen en de ogen zit een zeer nauwe samenwerking, dus eigenlijk is deze theorie een verlengde van bovenstaande. Bij mensen die problemen met de oogbewegingen hebben, zullen de gekleurde ChromaGenfilters een groot effect kunnen bereiken.

Het hormoon testosteron en erfelijkheid

Een andere theorie in het verlengde van de hersenproblematiek geeft aan dat het mannelijke hormoon testosteron invloed heeft op het hebben van dyslexie. Dit hormoon komt vaak in hoge mate voor bij kinderen met cara klachten (eczeem, allergieën, bronchitis, astma etc.), kinderen die veel last hebben van een middenoorontsteking en mensen die linkshandig zijn.

Testosteron speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van een foetus (ongeboren baby) in de 25e week van de zwangerschap. In deze week worden ook de taalcentra in de hersenen gevormd. Een laatste aanwijzing is dat de hoeveelheid testosteron die op dat moment vrijkomt, erfelijk bepaald is: dyslexie is ook erfelijk. Uit de onderzoeken is gebleken dat als één ouder van een kind dyslexie heeft, de kans dat het kind dyslexie heeft 40 tot 50% is. Als beide ouders dyslexie hebben, is de kans ca. 80% dat het kind dyslexie heeft. Dyslexie komt dus vaak binnen 1 familie voor.

Gehoorproblemen

Verder zijn er nog onderzoeken naar het verband tussen hoorproblemen en dyslexie. Kinderen die vaak verkouden zijn en keelontstekingen hebben op jonge leeftijd, hebben een verhoogde kans dat ze vaak ‘geblokkeerde oren’ hebben, ookwel ‘lijmoor’ genoemd. Het middenoor raakt hierbij opgevuld met dik, plakkerig vocht dat zich tegen de trommelvliezen ophoopt. Het komt vaak voor dat ouders dit niet doorhebben totdat een dokter hiernaar kijkt. Het probleem dat hieruit ontstaat, is dat een kind in de eerste jaren van zijn leven – de belangrijkste jaren voor de taalontwikkeling!- klanken niet goed kan onderscheiden. Het verschil tussen ‘boom’ en ‘boon’ en ‘huis’ en ‘heus’, bijvoorbeeld. De slechthorendheid zorgt er ook voor dat kinderen zich slechter bewust worden van lettergrepen in woorden, zoals ‘in-te-res-sant’ .

Het gebrek aan het horen van heldere klanken in de kinderjaren kan levenslange gevolgen hebben als er niet tijdig ingegrepen wordt. Soms worden er buisjes in de oren aangebracht om het geluid te zuiveren, soms heeft het meer zin om de amandelen te verwijderen die de oorzaak zijn van de steeds terugkomende ontstekingen.

Het is lastig om bij deze problemen de diagnose ‘dyslexie’ te stellen. De problemen die zijn ontstaan hebben ontzettend veel overeenkomsten met de problemen die bij dyslexie voorkomen, maar er blijft een verschil in het feit dat echte dyslexie aangeboren is en zich niet pas op latere leeftijd ontwikkelt.

De schuld van de taal?

Een andere interessante suggestie is of de moeilijkheid van een taal zelf dyslexie kan ‘uitlokken’. Helaas konden hierover alleen gegevens over de Engelse taal gevonden worden, dus passende informatie over onze taal is helaas niet te geven. Desondanks is de informatie over de Engelse taal wel boeiend om in dit artikel mee te nemen.

We hebben eerder aangegeven dat mensen met dyslexie veel problemen hebben met taalklanken, zoals het verschil in ‘dot’, ‘dop’ of ‘dok’. In de Engelse taal zijn er 1100 schrijfwijzen voor klanken, die ieder individueel geleerd moeten worden en die samen voor 40 verschillende klanken zorgen bij het uitspreken. Hierbij zit de taal natuurlijk doordrenkt met zeer hinderlijke uitzonderingsregels, zoals de uitspraak van ‘cough’, ‘bough, ‘dough’ en ‘tough’. Of kijk naar de ch-klank in bijvoorbeeld ‘chat’, ‘chute’ en ‘scholar’. En dan zijn er nog lettercombinaties die je anders schrijft, maar hetzelfde uitspreekt, zoals ‘sh’ in ‘ship’, ‘initial’ en ‘machine’.

Deze hinderlijke taaluitzonderingen die stuk voor stuk geleerd moeten worden, lijkt ervoor te zorgen dat er in Engelstalige gebieden tot wel twee keer meer mensen met dyslexie voorkomen dan in anderstalige landen. In Italië zijn er bijvoorbeeld slechts 33 schrijfwijzen voor klanken die samen representatief zijn voor 25 klanken. Dit is bijna 1-op-1, waardoor de regels voor klankenleer veel regelmatiger zijn en dus veel gemakkelijker te leren.

Onderzoeken tonen dat ook aan dat dyslectische Italianen beter hun eigen taal lezen dan dat Engelse lezers hun eigen taal lezen, terwijl ze wel dezelfde scores hebben in standaard onderzoeken en dezelfde afwijkingen vertonen in PET-scans. Het is zelfs zo dat heel veel Italianen er prima in slagen om hun dyslexie volledig te negeren, terwijl zij op grote problemen zouden stuiten als ze in een land met een veel moeilijkere taal waren opgegroeid!

Om dit nog eens te onderstrepen kwamen onderzoekers naar dit fenomeen een prachtig geval tegen van een man die opgegroeid was in Japan, maar Amerikaanse ouders had. Deze man werd tweetalig opgevoed in Japans en Engels. Wat bleek? Bij de Engelse taal toonde hij alle tekenen van dyslexie en had hij veel meer moeite met lezen en schrijven, terwijl het Japans hem relatief veel beter af ging. Japans is fundamenteel verschillend en complexer dan het Engels, maar de klanken zijn een heel stuk eenvoudiger.

Uit deze studies blijkt dus dat de problemen met dyslexie ook een kwestie kunnen zijn van geografisch geluk: je moedertaal kan bepalend zijn voor de problemen die je tegenkomt.

De basis?

Dan is er nog de theorie die ervan uitgaat dat dyslexie de grondslag heeft bij een slechte basis. Om dit uit te leggen, volgen hieronder enkele korte verhalen die de gedachte achter deze theorie verhelderen.

Mozart is een beroemde pianocomponist. Hij kwam uit een zéér muzikale familie en is vanaf zijn geboorte blootgesteld aan prachtige, complexe pianostukken. Zijn talent is enorm gepusht vanaf zijn geboorte en dit heeft hij waargemaakt: hij ontwikkelde een groot talent voor de piano en heeft ons prachtige stukken gegeven die tot op de dag van vandaag zeer geliefd zijn bij vele pianisten. Maar wat hadden wij nu van Mozart gehoord, als zijn moeder hem direct na zijn geboorte had afgestaan en hij opgegroeid was tussen twee bouwvakkers? Als hij dan eens een piano had aangeraakt toen hij een jaar of 14 was, was er dan ook zulke mooie muziek uit zijn vingers gekomen? Misschien wel, maar de kans is groot dat we nooit meer van hem gehoord hadden.

Een oud onderzoek in een weeshuis. 25 kinderen van dezelfde leeftijd worden gevolgd. De situatie in het weeshuis is slecht: er is weinig personeel, weinig faciliteiten en weinig geld. Er worden twaalf kinderen geadopteerd. Uit een IQ-test blijkt dat het gemiddelde IQ van de kinderen die achterblijven in het weeshuis 84 is, van de geadopteerde kinderen is het IQ 66. De geadopteerde kinderen krijgen goed onderwijs, veel liefde en persoonlijke aandacht en hun moeders krijgen vanuit het experiment uitgebreide uitleg hoe zij hun kinderen het meest stimuleren. Na 18 maanden is het IQ van de achtergebleven kinderen in het weeshuis 66 (22 punten afgenomen), de geadopteerde kinderen hadden een IQ van maarliefst 101 gemiddeld! De groep geadopteerde kinderen heeft later in het leven gemiddeld een betere studie gedaan en een hogere functie bekleed, terwijl de andere groep lagere functies vervulde en er een groot deel werkeloos was.

Hoewel aan IQ-testen tegenwoordig minder waarde wordt gehecht, toont bovenstaande wel aan dat veel dingen in het leven ‘maakbaar’ zijn. De hersenen kunnen groeien en veranderen. Zo blijkt uit ander onderzoek dat de hersenen van taxichauffeurs in Londen in het deel voor ruimtelijk inzicht meer neurologische (zenuw)verbindingen hebben, omdat zij de plattegrond van Londen altijd in hun hoofd moeten hebben om op de meest logische wijze van A naar B te gaan. En dan maken we nu de stap terug naar dyslexie: is dyslexie niet gewoon het gevolg van een slechte basis? Kan iemand die nooit een goede basis geleerd krijgt op taalgebied, wel goed lezen? Kan iemand die nooit leert optellen en aftrekken, ooit een oplossing vinden met logaritmes?

Kortom: kan iemand die nooit het alfabet beheerst ooit een Harry Potter boek lezen? Volgens sommigen ligt hier direct de problematiek van dyslexie. Aanhangers van deze theorie beweren dat de oorzaak niet in de hersenen kan liggen, omdat deze, zoals uit bovenstaande voorbeelden blijkt, zich aanpassen aan wat zij aangeleverd krijgen, meerekken als er meer informatie opgeslagen moet worden en dus kunnen veranderen. Kinderen met dyslexie moeten simpelweg opnieuw de basis geleerd krijgen op een manier die wél bij hen past, en zo zal het hele probleem uiteindelijk opgelost kunnen worden.

Conclusie

Zoals duidelijk moge zijn, is er over de oorzaak van dyslexie veel te zeggen. Onze eigen ervaring leert dat de hersenafwijking de meest plausibele oorzaak is voor dyslexie, waarbij de rechterhelft van de hersenen veel actiever is dan de linkerhelft, terwijl ons taalcentrum zich aan de linkerzijde bevindt. Dat oogbewegingen een rol spelen met de moeite met lezen, is ook kloppend gebleken. Of en welke rol het hormoon testosteron hierbij speelt, is nog weinig over te zeggen omdat hier nog niet al te veel informatie over beschikbaar is.

Het verhaal van de verkeerde basis, dat hier tegenin gaat, heeft een juist argument maar trekt de verkeerde conclusie. De basis is bij dyslectische kinderen vaak niet sterk, maar dit is niet de schuld van de ouders of het onderwijs! Anders zouden er toch echt hele klassen met dyslectische kinderen moeten zijn, terwijl de verhouding juist heel gelijk is over het hele land met een à twee kinderen per klas. Bij een methode of training van een kind (of volwassene) met dyslexie, is het wel verstandig om helemaal bij de basis te beginnen, omdat deze anders opgeslagen moet worden dan bij andere kinderen. Maar dit is slechts een bijkomend aspect en niet de oorzaak.

Verder geloven we niet dat gehoorproblemen écht dyslexie veroorzaken: het kan wél leiden tot dyslexieachtige problemen. Hulpmiddelen en behandelmethodes gericht op dyslexie zullen hierbij waarschijnlijk succes boeken, maar de verwerking van taal in de hersenen is anders dan bij iemand met ‘aangeboren dyslexie’.

Dat taal een rol speelt bij de uiting van dyslexie, is eveneens zeer aannemelijk. Maar dit geeft enkel aan hoeveel (of hoe weinig) last mensen hebben bij het lezen, schrijven en verwerken van een taal en niet in hoeverre dyslexie hierdoor veroorzaakt wordt.