Lezing Willem van Duvenvoorde

Verslag lezing

Willemvan Duvenvoorde

28 januari 2014Dr. Lauran Tooriaans:Lezing Willem van Duvenvoorde en Made

Willemvan Duvenvoorde was in zijn tijd een van de rijkste mensen in Noordwest-Europa en een machtig man in zowel het graafschap Holland als in het hertogdom Brabant. Hij werd rond 1290 geboren als een bastaardzoon van Filips van Duvenvoorde bij een verder onbekende ‘Liesbeth van Dongen’. Willem begon zijn carrière als jongeman aan het Hollandse hof en door in het grensgebied van Holland en Brabant handig te opereren, kreeg hij hier al snel zeggenschap over een groot gebied aan weerszijde van deze grens (ten zuiden van Dordrecht en in de huidige Biesbosch en het Land van Breda). Daarnaast trad hij op als bankier voor vorsten en hoge edellieden. Via een pachtconstructie werd hij leenman van het kasteel van Strijen dat hij grondig verbouwde en uitbreidde en tot zijn hoofdresidentie zou maken. Wat hier nog van rest is de Slotbosse Toren in Oosterhout. Daarnaast bezat hij huizen en kastelen in Den Haag, Vianen, Geertruidenberg, Breda, Brussel en Mechelen.In 1323 verkreeg Willem van Duvenvoorde ‘voor het leven’ het schoutambacht van Geertruidenberg, waar hij ook het kasteel bouwde. Het was echter het Huis Strijen, het kasteel ten noorden van Oosterhout dat zijn voornaamste residentie werd. Hij sprokkelde bezittingen bij elkaar in het gebied tussen Geertruidenberg en Oosterhout en bracht hier in 1348 een soort ‘ruilverkaveling’ tot stand waarmee hij de basis legde voor het latere dorp Made. Tegelijk (in de periode 1329-1343) verzamelde hij stukje bij beetje alle rechten – zowel heerlijke als kerkelijke rechten – in Dongen om het geheel vervolgens samen te brengen in een nieuwe heerlijkheid die hij in leen gaf aan zijn oudste zoon Willem. Hiermee begon het bestaan van Dongen als een zelfstandige eenheid. Zoon Willem jr. sneuvelde al kort hierna, waarmee Dongen terugviel aan Willem sr. van Duvenvoorde. In 1350 verkocht hij de heerlijkheid aan zijn dochter Beatrijs en haar echtgenoot Roelof van Dalem die daarmee heer van Dongen werd.

Een belangrijk probleem voor Willem van Duvenvoorde was dat hij tal van kinderen had, maar dat die geen van allen uit zijn wettige echtgenote waren geboren. Daarmee werd zijn halfbroer Jan I van Polanen (en diens zoon Jan II) wettig erfgenaam. Van Duvenvoorde kon wel delen van zijn rijke bezit bij testament voor zijn onwettige kinderen bestemmen, maar dit kon niet met het geheel en gaf uiteraard voortdurende problemen. Willem van Duvenvoorde overleed in 1353 en via de Polanens (als heren van Breda) ging het grootste deel van zijn erfenis later over op de Nassaus (de Nassausche Domeinen). Een jongere (bastaard)zoon Willem kreeg Oosterhout (en noemde zich Willem van Oosterhout) en eigende zich ook Dongen toe. Dit laatste werd echter snel rechtgezet en Roelof van Dalem werd bevestigd als heer van Dongen.

In deze lezing bekijken we in vogelvlucht het kleurrijke leven van Willem van Duvenvoorde en gaan we vervolgens in wat meer detail in op zijn langdurige bemoeienis met de oostelijke Langstraat van Made tot Dongen.

Lauran Toorians is historicus en mede-auteur van het in 2009 verschenen boek Oosterhout. Niet van gisteren (onder redactie van Cock Gorisse) en auteur van het artikel “De eeuw van de twee Willemen”. Willem van Duvenvoorde en Willem van Oosterhout in Oosterhout en Dongen’ in het Jaarboek van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Stad en Land van Breda “De Oranjeboom” 62 (2009).

 

28/1 de sterfdag van Charle Magne 1200 jr geleden.

Kaart van 1290 waarin de polder tussen de rivieren wordt ingepolderd: de Grote Waard

D’recht/Strijen/G’berg/Heusden/ waar doorheen de Maas stroomt. Deze werd afgedamd bij Heusden en Maasdam (met sluizen om het water van de Donge te kunnen afvoeren. Bij G’berg stroomde de Donge door de polderdijk de polder in. Land van Strijen met kasteel Strijen in 1288 verdronken land geworden. De zuidgrens van de polder was ook de grens met Brabant en de zuidelijkste stad van Holland was St Geertruidenberg.

 

In 1290 wordt Willem geboren als bastaard van Philips van Duvenvoorde een ondertak van de Wassenaars. In het wapen van Oosterhout komen de wassenaars nog voor alsmede in meerdere gemeenten. Een diagonale rode streep door het wapen betekent bastaard. Waarschijnlijk heeft Philips Willem verwekt bij een vrouw in de regio Dongen toen hij op veldtocht was tegen de stad Heusden. In latere geschriften verwijst Willem zelf naar Elisabeth van Dongen. En geeft hij gronden bij Rijen in leen aan zijn halfbroer Jan van Liesbeth van Dongen. Philips trouwt later met Elisabeth van Vianen.

Een bastaard was in die tijd heel normaal en er werd niet moeilijk over gedaan. Echter deze kinderen hadden geen erfrecht of ze moesten alsnog gewettigd (erkend) worden. Meestal werd er toch wel een voorziening gepleegd voor bastaardkinderen. Een goed huwelijk of goede posities.

Willem wordt deels opgevoed op het kasteel van de heren van Dongen en later aan het hof van de graven van Holland als page/schildknaap. Willem heeft een bijnaam die onduidelijkheid draagt waarvandaan deze stamt: Snicrieme. Een snic is een bootje en rieme kunnen stuurriemen zijn. Misschien moest hij vaak een bootje besturen. In ieder geval had hij een gloeiende hekel aan deze bijnaam en al gauw probeert hij hier vanaf te komen.

In 1317 wordt hij kamerling (kamerheer) van de graaf en dat betekent een vertrouwenspositie omdat in die tijd de privé en zakelijke belangen dwars doorelkaar liepen. De schatkist stond op de slaapkamer. Hij wordt steeds belangrijker en mag ook charters mee ondertekenen. In 1324 ondertekent hij met Willem zoon van Philips van Duvenvoorde en dat levert kennelijk geen tegenstand op. Hij gaat ook steeds meer als bankier van de graaf fungeren. Terwijl bankier in die tijd een minderwaardige functie was. Alleen joden en lombarden hielden zich hiermee op. Doordat renten vaak hoger dan 20% was konden mensen veel geld verdienen.  Het risico was ook hoog doordat mensen plots overleden of sneuvelden. Hij krijgt van de graaf een eigen leen Dubbelmonde en Almonde.

1321 verbond met de vrouwe van Strijen. Deze heeft een kasteel gebouwd bij Geertruidenberg. Willem neemt het in pacht over en verbouwd het grondig.

1322 Schout van de belangrijke vestingstad aan de zuidgrens met Brabant St Geertruidenberg.

Hij wordt ook kasteelheer van een door hem gebouwd kasteel (wilhelminapark) 2500m2 groot

En hij schijnt ook nog burggraaf te zijn geworden. Normaal formaat van kastelen in nl is 900m2

Een strategisch niemandsland tussen Brabant en Holland: daar woont hij op Kasteel Strijen.

Het geeft hem de mogelijkheden om gigantische deals te maken die hem onmetelijk rijk maken.

Een verwoed strateeg toont hij zich door zijn aankopen van vele landerijen en bezittingen. Zijn politieke invloed is groot. Hij heeft een kasteel bij den Haag, een stadspaleis in Brussel (nu onderdeel van de Kon. Biblioth. Nassau kapel), kasteel in Mechelen, bezittingen in Henegouwen. Hij koopt en onderhandelt politiek zo handig dat voorheen onduidelijke parochiegrenzen herkavelt worden zodat woongemeenschappen Dongen en Made een zelfstandige eenheid worden. Het deel van Oosterhout dat van de heren van Breda is komt hem als leen toe. Overigens heer betekent heerser en heeft geef referentie naar man. Het andere deel van Oosterhout is van de Johannieterorde: daar had hij niet zoveel mee. De St Jan is daar een uiting van. Hij heeft er nooit een kapel gesticht.

In 1327 huwt hij met Hedwig van Vianen een vooraanstaand geslacht in Holland maar sterk verarmd. Het lijkt een gelukkig huwelijk te zijn geweest, maar bleef kinderloos.

Ook Willem heeft een hele stoet bastaarden verwekt. Daarvan zijn er zeker 12 zonen bekend. Hij probeert ze her en der te bevoordelen. In de zaal ontstaat beroering omdat men wil weten of hier nog afstammelingen daarvan aanwezig zijn.

1328 wordt hij door de Hertog van Brabant geridderd. Hetgeen een overwinning is.

Maar de echte overwinning komt op de dag van de heilige Clara wanneer hij in 1329 door de keizer gewettigd wordt als wettige zoon van Philips. Opvallend is zijn voorkeur voor Franciscanen en Clarissen. In datzelfde jaar arrangeert hij het huwelijk tussen Willem IV van Holland en Johanna van Brabant. Een meesterlijke zet, want hij woont er precies tussenin.

Jammerlijk sneuvelt deze graaf in 1345 in de strijd tegen de Friezen in N-Holland dat dan West Friesland heet. Zijn oudste zoon Willem van Dongen sneuvelt in diezelfde strijd.

IN 1336 bouwt hij het Karthuizer klooster Het Hollandse Huis op Sandoel (eigendom Raamsdonk) Hij bouwde er een grote kloosterkerk bij die bedoeld was om zijn tombe van zijn nageslacht te dragen. Ook graaf Willem IV was een belangrijke sponsor voor dit klooster. Hij wilde de hele regio logistiek herinrichten. Ook heeft hij veel gedaan aan een heldere grensafbakening tussen Brabant en Holland, maar vooral ook tussen de verschillende parochies, de verschillende lenen en heerlijkheid.

Hij stichtte vele fondsen voor armoede ondersteuning o.a. Mons. Veel kloosters gebouwd oa in Leuven en Mechelen. En zoals het clarissenklooster van Brussel. Hier is Willem ook begraven. Ofschoon het klooster verwoest is in de belegering tijdens de 80 jarige oorlog.

Hij is al vroeg dikke vrienden met zijn halfbroer Jan van Polanen. Ze spelen elkaar de bal toe wat hen beiden geen windeieren legt. Willem verwerft het vruchtgebruik van het kasteel van Breda (KMA) en wordt ook heer van Breda in 1340. Hij wordt heer van Boutershem bij Mechelen. In 1340 neemt zijn verzamelwoede af. Hij is dan al onmetelijk rijk. Hij gaat een soort ruilverkaveling inzetten om stukken grond handiger bij elkaar te krijgen. West Brabant valt dan onder zijn gezag. Dongen heeft hij al eerder tot een zelfstandig en logisch woongebied gemaakt waardoor Dongen als woongemeenschap de kans krijgt om uit te groeien. Made was ook zo’n stuk gebied met veel verschillende jurisdicties van parochies en wereldlijk heersers. Hij maakt er een eenheid van en daardoor kan Made zich ontwikkelen tot een zelfstandige woongemeenschap. Made is genoemd naar een keltisch woord dat wei betekent zoals ook terugkomt in meadow en in maaien. Het was lange tijd een hooileverancier voor St Geertruidenberg (Mons Litoris). Om de grenzen vast te stellen werden in die tijd onderzoekscommissies opgestart die middels ouderen getuigen de grens bij overlevering vaststelden. Echter dat gaf kennelijk toch elke keer weer twijfel als oude documenten opdoken of als bleek dat getuigen waren omgekocht. Tussen de zandrug die van waalwijk via Dongen en Oosterhout zuid en die via Dongen Raamsdonksveer en St Geertruidenberg loopt lag een nat broekland (broek = vochtverzamelaar). Dat moerassige deel werd door mensen gemeden en troepenverplaatsingen liepen dan ook altijd via zandruggen. De Donge doorbreekt bij Dongen Hoge Ham die zandrug. Het broekland ten noorden van Oosterhout was een onduidelijk gebied qua logistiek en jurisdictie. Ook daarin heeft Willem veel duidelijkheid verschaft. De middeleeuwse grens tussen Brabant en Holland ligt ca 1,5 km ten noorden van het kasteel Strijen. Dus in de polder tussen Raamsdonksveer en Oosterhout,

In 1345 gaat het schoutambt van St Geertruidenberg naar Jan van Polanen over. De gezondheid van Willem wordt minder. Zijn strategische opzetjes komen niet uit. Geen wettige kinderen, Graaf  de gesneuvelde Willem IV waardoor het verbond met Brabant geen stand hield mislukt want er komt een opvolgingsstrijd: De hoeken zijn de rechtzinnigen en Willem was voor Margaretha van Beieren (vrouw van de keizer) wiens spekken in het wapen deden denken aan de schubben van een kabeljauw (hoekse en kabeljauwse twisten) Willem speelde daarin een belangrijke rol, maar velen waren afgunstig op zijn rijkdom. De Hoeken winnen het in 1351. Daarmee raakt hij alle Hollandse bezittingen kwijt. In datzelfde jaar overlijdt zijn vrouw. En in 1353 (notabene op de dag van de Heilige Clara 12/8) hijzelf in Mechelen, waardoor het plan om in Raamsdonksveer begraven te worden niet doorgaat. Hij wordt begraven in het Clarissenklooster in Brussel. Hij heeft fors geschonken aan kloosters en kerken en vele kapellen met priester bekostigd. Zijn relatie met Raamsdonk is ontstaan omdat een groot deel van het broek eigendom was van de parochie Raamsdonk. Raamsdonk is een zeer oude vestiging. Voor het te ontwikkelen eigen gebied met daarop het kasteel Strijen tussen Brabant en Holland had hij de medewerking nodig van Raamsdonk. En die kreeg hij.

Hij heeft de heerschappij over Oosterhout nagelaten aan zijn jongste Willem en die heeft er nog een bescheiden dynastie van gemaakt.

Het kasteel Strijen is door Willem voorzien van een groot slotpark met allure naar het schijnt. Dit is later verwildert tot een bos en de resterende toren heet daarom slotbossche toren.

Doordat zijn vermogen in belangrijke mate terecht is gekomen bij Jan van Polanens zoon komt door het huwelijk van Engelbert van Nassau met Johanna van Polanen dit kapitaal in handen van de Nassaus. De gronden kwamen in eigendom van de Nassouwse Domeinen. Willem is een gelangrijke grondlegger van het huidige grootkapitaal van de Oranje Nassau dynastie. Overigens waren we er aan onze tafel van overtuigd dat Beatrix geen rechtstreekse afstammeling was van Willem van Oranje. Daar is ook wat gefoezeld.