Oproep

De Meijer stam

Aan allen, want iedereen heeft bloed in zich dat afkomstig is van de druïden.

 

Tijdens de Keltische tijd van ca 1500 tot het jaar 0 wordt Midden en West Europa gekenmerkt door een voor die tijd relatief vredelievende bevolking die een grote beschaving laat zien ook in kunst en nijverheid. Van Hongarije tot Spanje en van Denemarken tot Italië tonen zich deze Kelten. Het is eerder een leefwijze dan een duidelijke stamverwantschap.

Het zijn kleine gemeenschappen die in een soort stamverband wonen en waarbij een bepaalde stam de connectie tussen de vele verschillende woongemeenschappen in Europa onderhoudt. De verhoudingen tussen mannen en vrouwen zijn redelijk evenwichtig en alle economische eigendom ligt aanvankelijk in handen van vrouwen. Materie is vrouwelijk. Er is geen centraal gezag en geen centraal leger.

De religieuze en culturele uitwisseling vindt plaats door een speciaal opgeleide groep priesters of druïden. Zij reizen door Europa en onderhouden de mensen op de mores van het volk, houden religieuze rituelen, de acht jaarfeesten en verzorgen de uitwisseling tussen de verschillende delen van de beschaving. Zij coördineren en sturen bij, geven raad en spreken recht. In aanvang zou je kunnen spreken van priesterkoningen, die vanuit een spirituele afstemming contact onderhouden met de goden, met de krachten en machten van de natuur, met de tekenen die het volk door de toekomst kunnen loodsen.

 

Gaandeweg ontstaat er, zoals we dat ook bij andere volkeren/culturen zien, meer en meer een zucht naar macht en bezit bij de mensen. Het lijkt wel een kosmisch aangestuurd verschijnsel.

Plaatselijk ontstaat er toenemend uitgeoefende macht door mannen en verliezen de druïden meer en meer hun mogelijkheden om dit te herstellen. Hebzucht en macht doet ook in de Keltische beschaving zijn intrede. Deze druïden komen veelal van de stam de Meijer hetgeen licht betekent. Er is een connectie tussen de druïden en de hebreeuwse priesters. Want in beide talen betekent de meijer licht. Zij brengen verlichting bij het volk, zij brengen inzicht en wijsheid. Zij kennen in oorsprong geen hang naar materie. Door het moreel verval in hebzucht ontstaat het uiteenvallen van de samenhang. Het evenwicht verdwijnt geleidelijk. Woongemeenschappen kunnen niet langer rekenen op een gezamenlijk optreden bij een confrontatie met vijandelijkheden van buiten. De beschaving wordt kwetsbaar. Gelijktijdig komt ook het moreel verval binnengeslopen in de gelederen van de druïden. Rond het jaar 0 duiken de eerste charters op van eigendomverwerving ten gunste van de Meijer. De Romeinen noemen hen Maior hetgeen belangrijkste, grootste betekent. In onze tijd vindt je deze namen nog terug in het Engelse woord Maior (burgervader). De Romeinen kennen een cultuur van machtsstrijd en mannelijk denken. Zij weten met hun strak geleide legers elke tegenstand onder de voet te lopen en daardoor wordt het Romeinse Rijk enorm groot. Door datzelfde verval gaat het Romeinse Rijk ook onderuit in ca 300 na Chr. Toch zijn de Romeinen er niet in geslaagd om alle Keltisch-Germaanse stammen te bezetten. De grote rivieren zijn de scheidslijn. Daarboven is het koud en nat en onherbergzaam. Al eerder zijn Germaanse stammen het Keltische rijk binnengedrongen en zijn deze volkeren in belangrijke mate met elkaar geassimileerd. De Germaanse cultuur is meer partij qua strijd voor de Romeinen dan de Keltische.

Het verval gaat verder want als de Romeinse overheersing vertrokken is komen in de 5e eeuw de Merovingische vorsten als redelijk verlichte geesten aan het bewind in West Europa. Zij komen voort uit de oude druïden adel: de Meijerstam  die meegelift is met de Salische Franken.. Ook hierin treedt moreel verval op en door een stille staatsgreep wordt Pepijn uit die zelfde adel (hofmeijers ofwel maior domus) de nieuwe koning. We zien nog pogingen om het priesterschap als leiding en een politiek leiderschap opnieuw in te stellen. En daarmee wordt het Karolingische tijdperk ingeluid. Een tijdperk dat een zekere wijsheid toont en vrede, maar ook strijd aan de grenzen tegen vooral islamitische invloeden. Na de dood van Karel die met recht groot wordt genoemd vervalt het rijk door machtstwisten tussen de kinderen uit elkaar. Het licht en het inzicht van de druïden neemt steeds meer af. De stammenstructuur verdwijnt. De donkere middeleeuwen tonen zich verder in uitzichtloosheid en strijd.

Het Christelijk geloof, dat feitelijk hard Romeins is, krijgt meer en meer voeten aan de grond ten koste van de oorspronkelijke paganistische geloofsrichting. In noordwest Europa botst het met het Keltische Christendom, dat voortkomt uit het de leringen van Jezus in deze streken gebracht door hemzelf en door Maria Magdalena. Het Romeinse Christendom toont zich vooral in angst aanpraterij, machtsmisbruik en vrouwonvriendelijkheid. In de 12e eeuw wordt nog een poging gedaan vanuit de Jezus stroming die in West Europa vanaf het begin van de jaartelling voet aan de grond heeft gekregen om het Vaticaan evenwichtiger te maken, maar dat mislukt en de wraak van de mannelijke pausen daarna toont zich dan in een eeuwenlange enorme zuiveringsactie naar de Katharen, Tempeliers en Bogomielen in West en Midden Europa. Later gevolgd door een heksen jacht op alles wat maar wijs en vrouw is. In wezen is die zuivering nog steeds gaande.

 

Uiteindelijk “overwint” het mannelijke bolwerk van de zgn. Christenen in het Roomsche Rome. De vrouwelijke kracht in de vorm van de leer van Jezus en Magdalena duikt onder. Het Keltisch Christendom duikt onder en komt ondermeer nog sporadisch boven op de Britse Eilanden. Het feminisme is een poging om te herstellen, maar gebruikt onjuiste mannelijke wapens. Nu is er opnieuw de kans om evenwicht te herstellen.

Een Meier of Meijer (Germaans)of Meyer (Romeinse schrijfwijze) bekleedt na de donkere middeleeuwen toch nog vaak belangrijke raadgevende en machts functies. Een Drost of Baljuw is de plaatsvervanger van de vorst. Beide betekenissen worden nog aan deze naam gegeven. Ondermeer ook nog de volgende: maiorum, villicus, drost, advocatus, conductor, dispensator, gastaldio, gastaldus, magister, major [villae], massarius, oeconomus, officialis, officiatus, procurator, provisor, scultetus (schult, schout) curiae, syndicus). Een groep die behoorlijk welvarend is en daardoor ook enorm uitgroeid. Daardoor ontstaat er behoefte aan onderscheid en die wordt gevonden door voorvoegsels en achtervoegsels. Bijv. Steenmeijer of Meijerink. De groep is uitgewaaierd over Europa, doordat zij reizen in haar roots heeft.

Een meier was dikwijls uitbater van de vroonhoeve. Het Germaanse woord Fraujaz (baas) is de oorsprong van vroon. Een samentrekking van vrouw en krachtig.  Frau staat voor levendige vreugde. Het was de hoeve en nederzetting van de landheer, waaruit de kastelen voortkwamen. Gaandeweg verloor de wijsheid en het inzicht het van de vechtersbaas. Het geweld is de test voor de spiritueel ingestelden. Op deze wijze werd bewustzijn en inzicht gerealiseerd. Vanaf 800 wordt geweld ook geïntroduceerd vanuit het noorden door de Vikingen. Dit waren volkeren die gedreven door angst voor de overheersing van de christelijke cultuur met bruut geweld onze kusten onveilig maakten. Feitelijk een godsdienstoorlog. Dat hebben ze eeuwenlang volgehouden middels een vorm van guerrilla. Zij die zich hier vestigden brachten een enorme hoeveelheid machtsmisbruik en geweld mee. Waarmee ze hun oorsprong tragischerwijze ook verloochende. De Meijer verwordt tot raadgever en nog veel later tot rentmeester/steward. Als rentmeester inde hij de pachten en heerlijke belastingen (cijns=eerbetoon) in. Ook delgde de meier als delger de schulden aan de heer en hield hij toezicht over karweien Na de middeleeuwen is er van de bescheiden doch invloedrijke priesterkoningen weinig meer over. De gevestigde orde doet er ook alles aan om deze groep buiten spel te houden, omdat ze heel goed weten welk gevaar zij vormen. Dat proces is nog altijd gaande.

Als heerboeren of als pachters beheren ze nadien landbouwarealen. Heden zien wij een meier nog als een pachter of heerboer. Opnieuw bescheiden. De enige kosmische doelstelling is terug bij een hoger bewustzijn te komen. We zien ook het Romeins Christendom afbrokkelen. De roep om wijsheid en inzicht in de politiek is nu groter dan ooit.

Wapen met 3 witte zwanen is het oeroude wapen van de Meijer.

 

De witte zwaan komt voort uit het mannelijk licht, de zon. Overal ter wereld komt dit symbool voor als zodanig.

In sommige streken wordt de zwaan begroet met een buiging en de eerste zwaan in de lente ontvangt een gebed.

In het oude Griekenland was de zwaan de onafscheidelijke compagnon van Apollo. De zwaan is verbonden met de Elyseesche velden, met de Hyperborea.

Zeus de oppergod komt op een wagen voortgetrokken door zwanen. De mythe van Leda gaat over de zwaan en Zeus. De wit geklede druïde verwijst naar de zwaan, een zonneteken, een heilig pontificaat dat voortkomt uit het Licht. De ooievaar is een avatar van de zwaan, de vrouwelijke kant, de maankant die gebruikt wordt door Zeus om aan Leda te ontsnappen.

Novalis en Faust refereren ook aan de zwaan als een hemelse almacht symbool van de Liefde en de Unie. Fierheid en moed. De zwaan is mannelijk in zijn actie en vrouwelijk in de contemplatie te midden van de wateren. Het drukt een verlangen uit in tegenstellingen. Het is een spel het is slechts een spel. De zwanenzang zingt de zwaan tijdens het sterven en het sterft tijdens het zingen. Een samenvallende vormgeving van licht en het scheppende woord. Drie-eenheid.

Symbool voor elegantie, zang, zuiverheid en schoonheid, adeldom en moed. De vereniging van de tegenstellingen maakt het een mystiek centrum tussen water en vuur. Voor Alchemisten een belangrijk symbool voor kwik. In de Keltische traditie neemt de zwaan ook een grote rol in. Zij is in staat om tussen de werelden te reizen. Om de hemelse sferen te betreden. Om van 2, 1 te maken. Soms zijn die 2 verbonden met een zilveren of gouden draad.