Kerstverhaal: Alternatief

ALTERNATIEF

door Ina Joanian

Er was eens een verhalenverteller. Hij was zo’n echte sympathieke artiest met lange haren en een soepbaard. Hij had alleen diepe gedachten, die een beetje afweken naar links en hij had eigenlijk een diep misprijzen voor de gevestigde orde, de kerk, het vaderland, de familie en geld. Dat komt meer voor en het is goed, een beetje kritisch te zijn voor jezelf en anderen.
Kortom, hij was een van die mensen die de wereld willen verbeteren. En dat probeerde de verhalenverteller dan ook eerlijk. Hele dagen hield hij met zijn vrienden-artiesten lange gesprekken over diepzinnige onderwerpen, hoe ze allemaal broeders zouden zijn, nooit oorlog meer, enzovoorts.
Tegen de tijd van kerstfeest maakte een grote opwinding zich meester van de artiest en van al zijn vrienden-artiesten. Niemand heeft de betekenis van het kerstfeest begrepen, zei hij ’s avonds tegen zijn vrouw, die zijn kapotte sokken zat te stoppen. En de kerken, die het kerstfeest zouden moeten prediken, hebben er nog het minst van al van begrepen. Kerstmis is veel meer dan gezelligheid in de huiskamer, dan kerstliederen zingen bij een verlichte kerstboom. Met kerstmis moet je uitgaan naar buiten, met kerstmis moet je de deuren van je huis en van je hart wijd openen voor anderen, je huiskamer moet zo groot worden als de hele wereld. Veel mensen doen precies het tegenovergestelde. Zij maken de wereld zo klein als hun huiskamer, daarbuiten is er niets. Daarbinnen is het goed. Stille nacht, heilige nacht, hoe durven ze, die christenen, terwijl er zoveel leed is in de wereld. Vietnam, een bommentapijt met het geld van de christenlanden; de Sahel, wie denkt er nog aan?
Zijn vrouw knikte. Ze begreep hem en vroeg zich af wat ze kon doen om haar huiskamer zo groot als de wereld te laten zijn en ze bewonderde hem om zijn diepe gedachten en ze was blij dat zo’n wijs en liefhebbend man met open oog voor de wereld haar echtgenoot was.
De echtgenoot ijsbeerde heen en weer en zijn gedachten werden dieper en dieper. ‘Ik heb een taak!’, riep hij uit. ‘Ik als verhalenverteller heb nu de taak om een kerstverhaal te schrijven, het beste en meest echte kerstverhaal dat er ooit geschreven is. Niet een romantisch gedoe over een kindje in de kribbe en engeltjes die Ere zij God zingen, maar iets nieuws, iets met een betekenis, iets met een waarachtige boodschap. Iets waar de mensheid wat aan heft … de herdertjes lagen bij nachte?, bah!’, en hij liep de deur uit om inspiratie op te doen.
Zijn vrouw ruimde de tafel af en toen begon ze zijn hemden te strijken. Ze was moe, want ze had de hele dag rechtop moeten staan in het grote warenhuis waar ze verkoopster was en geld voor hen beiden verdiende. Nu dacht ze na over wat haar man gezegd had. Geen engeltjes meer, geen grote blijdschap meer, maar iets waar de mensheid echt iets aan heeft … ja. Dagen en dagen liep de artiest rond met zijn grote plannen. Hij las een paar boeken over de zin van het kerstfeest en hij besprak zijn ideeën met zijn vrienden-artiesten. Een heel bijzonder kerstverhaal, geen sentimenteel gedoe, maar een verhaal waarin plaats is voor het leed, iets échts, iets actueels, iets moderns, iets hards, zoals ook de wereld hard is.
Ben je al begonnen aan je verhaal, vroeg de vrouw ’s avonds. Als je zo ver bent, wil ik het wel voor je overtikken, zodat je het kunt opsturen naar de redactie van de grootste dagbladen, zodat iedereen het lezen kan en er beter van worden. De verhalenverteller schudde het hoofd. Het was niet zo gemakkelijk iets nieuws te bedenken, iets wat niemand ooit had verteld, een alternatief kerstverhaal, begrijp je? De vrouw begreep niet goed de betekenis van het woord alternatief, maar dat durfde ze niet te zeggen. De kunstenaar keek op haar neer. Hij hield van zijn vrouw en hij nam zich voor, na kerstfeest eens een gedicht voor haar te maken, over haar blauwe ogen. Of een schilderij zoals ze daar over de afwas gebogen stond. Vermoei je niet te veel liefje, zei hij.

De dag vóór kerstfeest liep hij door de straten van de stad. De mensen jachtten langs hem heen, vrouwen met volle boodschappentassen en met keurig gewatergolfde hoofden. Mannen met een kerstboom onder de arm. Iedereen haastte zich naar de gezelligheid thuis. De artiest keek het allemaal aan, met de wijze blik van een kunstenaar, en een bitter misprijzen vervulde hem. Hoevelen van hen denken aan de anderen, aan de misdeelden? Aan Vietnam, aan de Sahel? Kerstbomen, feestmaaltijden, cadeautjes, sentimenteel gezemel, terwijl Christus in doodsstrijd is tot het einde der tijden. Dat was eigenlijk plagiaat, maar terwijl hij daar zo langs de verlichte etalages liep, was het net of hijzelf die gedachte voor het eerst had gehad. Ik praat niet na, ik ontleen, dacht hij en sprong op het nippertje opzij voor een taxi.
Mistroostig liep hij langs de uitstalramen vol dennengroen en glinsterballen, goudpapier en kunstsneeuw. Ik bewonder de winkeliers om hun groot geloof, dacht hij. Reeds daags na Sinterklaas hebben ze met onwrikbare geloofszekerheid een kerstversiering in de etalage aangebracht, kunstboeken en bijbels in plaats van kinderboeken, zozeer waren zij ervan verzekerd dat ook dit jaar het kerstfeest zou komen, op tijd en stond, om hun zakken te vullen.
Ik moet die gedachte in mijn alternatief kerstverhaal verwerken, dacht hij en hij vergat dat hij die gedachte ook ergens aan ontleend had.
Het begon een beetje te sneeuwen. Dat ontbrak er nog maar aan, dacht hij en hij keek boos naar de lucht. Een witte kerstmis, hoe romantisch, hoe dierbaar.
Wat zal er weer gedweept worden in alle kerken. Een artiest als ik zou er misselijk van worden. Hij kreeg het koud en nog steeds had hij behalve dat van die winkeliers niets gevonden om zijn verhaal op te bouwen. Hij pijnigde zijn hersenen bij het zoeken naar een intrige, een hoogtepunt, een ontknoping, iets om zijn idealen vorm te geven.
In een van de galerijen stond een bedelaar viool te spelen. Sommige mensen bleven even staan en gooiden een geldstuk in het kommetje dat naast hem op de grond stond. De kunstenaar keek het vol minachting aan. Hun kerstsentimenten afreageren, dacht hij. Wat moeten ze nu tevreden zijn over zichzelf. Op kerstavond hebben zij vijf cent gegeven aan een bedelaar waar ze anders een heel jaar langs lopen. Nu kunnen ze zich thuis gaan volstoppen en aan hun huisgenoten vertellen hoe goed zij zijn. Die bedelaar heeft het overigens wel goed bekeken. Dit moet zijn topdag zijn. Hij had een vrouw met een kind bij zich moeten hebben om het geld op te halen, of beter nog een zwangere vrouw, dacht hij grimmig.
Ik ga naar huis. Ik zal dat van die winkeliers opschrijven en iets van een bedelaar, dan zal de inspiratie vanzelf wel komen. Hij ging meteen naar zijn kamer, zonder zijn vrouw te groeten. Hij begon te schrijven, maar na de inleiding kon hij niets meer bedenken. Hij begon telkens opnieuw en telkens opnieuw verscheurde hij het geschrevene, want hij was niet gemakkelijk voor zichzelf. Hij wilde echt eerlijk nieuws brengen, iets waar de mensheid wat aan zou hebben en hij begreep maar niet waarom het niet vlotte.

Om half twaalf ging de deur van zijn kamer open. Hij keek verstoord op en wilde al woeden opvliegen om uiting te geven aan zijn kunstenaarstemperament en toen … toen zag hij de twee lieve blauwe ogen van zijn vrouw, die hem aankeken, die blonken van tranen. Hij was geen slechte kerel, hij hield van zijn vrouw, daarom sprong hij op en nam haar bezorgd in zijn armen. Ze glimlachte hem toe. Kom, alles is gereed, gezegend kerstfeest, fluisterde ze. Hij zag dat zij haar mooiste jurk had aangetrokken, en toen hij beschaamd achter haar aan naar de eetkamer liep, rook hij dennengroen en kaarsengeur.
Daar stond hij, de kunstenaar met zijn diepe gedachten, die de betekenis van het kerstfeest meende te begrijpen, die zijn huiskamer zo wijd als de wereld wilde laten zijn, die de wereld wilde veranderen en die vergeten was dat hij een vrouw had, die zó veel van hem hield, dat zij op kerstavond geduldig en vol toewijding op hem zat te wachten, met een gedekte tafel, met een versierde kerstboom, alles burgerlijk en sentimenteel gedoe en hij, de stommeling, met zijn hoofd in de wolken, met zijn gedachten in Vietnam en de Sahel, met zijn alternatief kerstverhaal dat de wereld moest veranderen, hij was zelfs vergeten voor haar een kerstgeschenk te kopen.
Wil je straks je kerstverhaal voorlezen, aan mij ’t eerst, vroeg ze.
Ik, ik ben niet klaargekomen, stamelde hij. En toen deed hij zo iets geks, zo iets volkomen onbegrijpelijks, dat zijn hart hem van ontroering in de keel klopte. Hij sprong op, hij struikelde zijn atelier binnen, hij stommelde in zijn boekenkast, tussen de linkse boeken over de betekenis van het kerstfeest, hij vond na wat zoeken een bijbel en met bevende stem las hij Lukas twee, – dat er een gebod uitging van de keizer Augustus. Even nog speelde de gedachte aan de violist door zijn hoofd – we hadden hem eigenlijk moeten uitnodigen – maar toen hij gekomen was aan Jozef, die opging uit Galilea met zijn vrouw Maria, welke zwanger was, verdween alle bitterheid uit zijn hart en de tranen sprongen hem in de ogen.
Niet sentimenteel doen, niet sentimenteel doen, gonsde het door zijn hoofd. Maar toen hij de liefde zag die hem tegenstraalde uit de ogen van zijn vrouw, toen pas begreep hij eerst recht de betekenis van het kerstfeest, de échte, de diepe betekenis, die liefde is …

Het derde grote kerstvertelboek – ISBN 90-266-4115-x