Kerstverhaal: Drie wijzen uit het oosten en de vierde wijze

Drie mensen ontmoeten elkaar op Schiphol tijdens een stroomstoring.

Er rijden geen treinen, bussen of taxi’s en de verlichting in Schiphol draait op noodgeneratoren en is tot op een minimum teruggebracht. 

De drie mensen zijn net met verschillende machines aangekomen en lopen, nadat ze hun koffers hebben verzameld schijnbaar een beetje doelloos heen en weer in de centrale aankomsthal.

Twee mannen en een vrouw, die, op het zelfde moment dat ze elkaar zien, weten dat ze alledrie op zoek zijn naar hetzelfde. Ze lopen samen, zwijgend naar een uithoekje van de hal, maken van hun bagage zitkussens en gaan ontspannen zitten, op zo’n manier, dat ze elkaar goed kunnen zien.
Zo verblijven ze een tijd in stilte. Hoe lang?
Dat is niet belangrijk. In deze ontmoeting speelt tijd geen enkele rol. Misschien het gegeven dat dit zich allemaal afspeelt op kerstavond… 

De vrouw neemt het woord.
Ze vertelt dat zij uit Shri-Lanka is aangekomen. Ze had daar een tijd als gast in een Boeddhistisch klooster voor nonnen mogen wonen. Ze was naar het Oosten gegaan omdat ze in Nederland vast was komen te zitten tussen haar Christelijke traditie, haar vragen en haar gevoel dat ze er hier niet uit kwam en dat de oplossing waarschijnlijk ergens anders te vinden was. Nadat ze een boek van Ayya Kema had gelezen wist ze dat ze haar zoektocht moest beginnen in Shri-Lanka.

Het was enerzijds, allemaal niet meegevallen; de voortdurende burgeroorlogdreiging in het waanzinnige mooie land, maar ook de, in haar ogen achterlijke verhouding tussen mannen en vrouwen, die ze als het meest als vernederend ervoer wanneer monniken en nonnen elkaar tegenkwamen. Het gevoel nog net gedoogd te zijn, zoiets kende ze zelfs niet uit haar traditionele gereformeerde traditie.

Daartegenover stond dat haar ogen waren geopend en dat ze voor het eerst orde kon scheppen in haar leven.

De chaos waarin ze leefde, de warboel hoe ze dacht werden door de eenvoudige ademhalingsoefeningen te niet gedaan. Ze was tot rust gekomen en kon eindelijk alles op een rijtje zetten.

Op een dag, als in een lichtflits wist ze, ik moet naar huis.

Daar is de plek waar ik verder moet zoeken. Ze had afscheid genomen, haar spullen bij elkaar gepakt en het eerste het beste vliegtuig naar Nederland terug genomen.

Haar verhaal wordt begroet met een stille warme herkenning.

Een van de mannen neemt het woord.
Hij had jaren door India gezworven. Hoe lang? Ach, in de jaren zeventig was hij met een onrustige geest liftend en lopend door Europa en Azië via Afghanistan in India aangekomen. Hij was in de leer gegaan bij verschillende goeroes. In die jaren had hij alle mogelijke Yogatechnieken geleerd en deze zelf ook weer doorgegeven aan mensen die bij hem kwamen studeren. Op een dag had zijn meester hem apart genomen en tegen hem gezegd: het is alles schijn! Die boodschap had hij al jaren gehoord en hij had het ook altijd als waar ervaren, maar deze keer leken de woorden als mokerslagen aan te komen. Hij was volledig knock-out gegaan: alles is schijn! Het was alsof hij wakker was geworden uit een jarenlange droom. Hij schoor zijn baard af en zocht een baan. Van het geld kocht hij zich kleren en daarna een ticket voor het eerste beste vliegtuig naar Nederland. Want daar moest hij, wist hij, verder zoeken.

Met stille intense blijdschap wordt ook zijn verhaal ontvangen.

Een vrouw heeft zich ondertussen losgemaakt uit het kerstgedrang en is dichterbij gekomen.

De laatste van het drietal neemt het woord.
Hij had jaren God gezocht in kerken, synagogen en tempels. Maar elke kerk, synagoge of tempel had hem een beperkte God laten zien. Eentje die er maar voor een beperkt aantal mensen was, namelijk voor de goeden. Zijn leven lang had hij geweigerd zo’n Godsbeeld te aanvaarden. Hij zocht naar een God die de verantwoordelijkheid nam voor het goede en het kwade. Hij kwam net uit Israël, waar hij door een Rabbijn in de elementaire beginselen van de joodse mystiek was ingewijd. Heel erg geheim, want hij was nota bene een Goj en het was Joden strikt verboden de geheime leer aan niet-joden door te geven. Toen hij het verhaal hoorde van de gebroken vaten met licht en hoe het licht in de hele schepping was verborgen en hoe God zelf in ballingschap was, wist hij, dat hij met vernieuwde ogen zijn zoektocht in Nederland verder moest voortzetten.

De vrouw die tijdens het laatste verhaal nog dichterbij is gekomen, gaat bij de drie mensen zitten en neemt het woord. 

Ik wil jullie wat laten zien. Maar eerst wil ik jullie een verhaal vertellen. Misschien kennen jullie het al, maar dat geeft niet. Het is een verhaal dat de Boeddha ooit vertelde: Een man komt bij een onstuimige rivier.
Hij moet naar de overkant, naar een grote stad, voor zaken. Het water van de rivier is te wild om er over te steken. Hij loopt een paar kilometers naar links terwijl hij blijft zoeken naar een doorwaadbare plaats. Niks. Hij gaat weer terug en loopt verder naar rechts. Maar nergens is de rivier ook maar een beetje rustiger. Nergens ook is er een brug en nergens is de rivier zo ondiep dat je er door heen zou kunnen waden.
De man moet naar de overkant, naar de stad, voor zaken.

Dan krijgt hij een geniaal idee: hij zal een stevig vlot bouwen en daarmee de rivier oversteken. Zogezegd, zogedaan. Het kost hem wel enige tijd om het vlot te bouwen, maar als het af is, is het ook werkelijk een stevig vlot. In een mum van tijd is de man aan de overkant.

Hij is zó blij met het vlot, dat hij het vlot achterop zijn rug neemt en op weg gaat naar de stad. Omdat hij op het land een vlot meesleept wordt hij onderweg bespot door de mensen die hij tegenkomt. Je kunt je daarom voorstellen dat de zaken in de stad ook niet van een leien dakje gaan. De man wordt niet serieus genomen, zolang hij nog met het vlot blijft rond zeulen.

Ik heb ook prachtige vlot-verhalen van jullie mogen horen en ze hebben me echt ontroerd.

Allereerst het vlot van meditatieoefening. Het bekendste vlot om onstuimige rivieren te passeren.

Daarna het vlot van het inzicht dat alles schijn is.

Ten slotte het meest gebruikte vlot hier in het Westen: het vlot met de naam God.

Al die vlotten moet je leren loslaten. Loslaten betekent echter niet weggooien of vernietigen, maar loslaten is niets anders als de bereidheid om op elk moment, hier en nu, los te laten, zelfs als het vlot het laatste stukje grond lijkt waarop je staat. 

Hoor, hoe het water buldert en dondert, daar, in de verte, een glimp: de overkant, veilig gedragen over de golven: laat het vlot achter op het strand!
Laat los, laat los, laat maar los, ook al lijkt het misschien de grond waarop je staat: laat maar los,  laat je houvast los
alles wat voert naar vrede, bevrijding, is als een vlot, brengt je naar de overzij, voorbij die beelden, en die gedachten ben je los! ben je werkelijk vrij!
Laat los, laat los, laat maar los, ook al lijkt het misschien de grond waarop je staat: laat maar los, laat je houvast los

Kom maar mee, ik wil jullie iets laten zien. Ze loopt naar de roltrap richting vertrekhal. De andere drie staan op en volgen haar. Ze komen in de grote drukke vertrekhal.

De vierde vrouw leidt de drie anderen naar een man en een jonge vrouw met een baby op haar arm, die gezamenlijk tegen een pilaar aan zitten.
“Zij gaan vanavond nog terug naar hun geboorteland”, zegt de vierde vrouw zacht, “omdat voor hen geen plaats is in Nederland. Nederland is vol.” 

De drie knielen bij de jonge vrouw neer en kijken naar het kindje dat in haar armen met open ogen naar hen opkijkt.

Ze worden overweldigd door het leed van de wereld, door het onrecht dat miljoenen mensen dagelijks overkomt. Ze zien de pijn en de wanhoop van de ouders van dit kleine kind.

Nu herkennen ze ook hun eigen pijn in de ogen van de ouders. Ze verzinken als het ware in hun vragen en gaan kopje onder. Het water sluit zich boven hun hoofden en langzaam zinken ze een voor een naar de bodem.

Maar het is niet het einde, het is een ontwaken!

Kopje onder
Nee, niet het einde: alle drie ontwaken ze, worden ze wakker.
De vrouw uit Shri-Lanka ervaart een rust, die niet meer afhankelijk is van oefenen.

De man uit India doorziet de ‘schijn’ en beseft dat ook dat slechts schijn is.

De man uit Israël ziet God en weet dat God elk verhaal te boven gaat.

De vrouw drukt de moeder een gouden Boeddhabeeldje in de handen. “Verkoop het maar, hoor”, lacht ze.

De man uit India doet zijn kettinkje met het gouden ‘OHM’ teken af en hangt het om het Boeddhabeeldje.

En de man uit Israël pakt uit zijn koffer een gouden Menora (een kandelaar) die hij naast de andere geschenken legt.

De vader en de jonge moeder staan op, buigen dankbaar voor de gulle gaven en lopen langzaam naar de “gate” waar ze door de Marechaussee worden opgewacht.

De drie anderen blijven achter. De vierde vrouw die de hen hiernaartoe geleid heeft gaat voor ze staan en zegt met een warme glimlach: ook deze ervaring is een vlot. Alles wat je in je leven tegenkomt is een vlot. Maak er dankbaar gebruik van, en wees bereid het weer los te laten.

En plotseling lijkt de hele ontvangsthal wel gevuld met helder, warm en alles vertroostend licht.

Het lijkt alsof er gezongen wordt: “Vrede op aarde voor de mensen die ondanks alles hun best blijven doen in het hier en in het nu…”

 

 

Het grote los-laat-verhaal door Henk Harmsen