Verslag van de film Lourdes 3 okt 2011

De wonderen zijn de wereld nog niet uit?

Dat bleek maar weer eens in de Corneliuskerk in den Hout tijdens de maand Wonderbaarlijke genezing? georganiseerd door Thomas Geloof en Cultuur en Stichting de Verbinding. Prima verzorgd met een kopje koffie en koek.

Lourdes. Deze vreemde plek waar commercie en religie één zijn, maar toch zoveel mensen met oprechte dromen en verwachtingen rondlopen, geeft een bizarre mix van satire en drama. Lourdes is een plek vol tegenstrijdigheden. Jessica Hausner is in haar derde film Lourdes op zoek gegaan naar de diepere betekenis achter het wonder.

De rituelen van Lourdes
De eetzaal wordt klaargemaakt. De kommen soep worden met uiterste precisie op elke tafel gezet. De Zusters van de Orde van Malta bereiden alles tot in detail voor. Dan komen de eerste pelgrims binnen. Soldaten duwen rolstoelen voort, anderen lopen zelf. Eén pelgrim in een invalidenwagen racet tussen de tafels door alsof het een sportwagen is. Een komische onderbreking van de routinematigheid en verveeldheid waarmee de Zusters van Lourdes zich in de ruimte bewegen. Hoofdzuster Cecile is hierin het toppunt, afstandelijk en monotoon deelt zij mee dat de excursie door tijdgebrek helaas niet door zal gaan.

Niets is wat het lijkt
De verlamde Christine (Sylvie Testud) valt nauwelijks op tussen alle drukte. Als haar beleefd gevraagd wordt wat ze van Lourdes vindt, deelt ze humoristisch mee dat het iets te toeristisch is naar haar smaak, dat er in Rome toch meer cultuur te zien is. Door haar nuchtere houding krijg je als kijker meteen sympathie voor haar, er schuilt blijkbaar een slimme optimistische vrouw in dit gehandicapte lichaam. Christine probeert contact te leggen met jonge vrijwilligster Maria die aan haar toegewezen is, maar het is duidelijk dat die alleen oog heeft voor hele andere dingen. Christine laat haar genegenheid blijken tegenover de vrijwilliger Kuno, maar ook hij heeft totaal geen interesse voor Christine, totdat er een wonder gebeurd.

Voor hoe lang?
Gedurende de hele film is er een ongemakkelijke atmosfeer. Door de gestileerde vormgeving en de afstandelijke manier van filmen versterkt Hausner de beklemmende en vervreemdende sfeer die onder het oppervlak constant aanwezig is. De massaliteit van Lourdes wordt recht tegenover de eenzaamheid van de personages gezet. Allemaal zijn ze hier naartoe gekomen met hoop en verwachtingen. Dat deze dromen enkel bijdragen aan het commerciële succes wordt schrijnend duidelijk in de scène waarin de groep samen op de foto gaat. Er wordt constant een vals gevoel van saamhorigheid opgewekt. Toch geeft de wonderlijke genezing van Christine een andere kijk op het verhaal. Want ondanks, of misschien wel door, haar sceptische houding is zij degene die uitverkoren is. Ze vind op deze pelgrimsreis toch eventjes een normaal leven, hoe banaal en nietszeggend het ook lijkt. Ze wordt als een filmster behandeld, en ze heeft geen weet van de jaloerse gesprekken die de anderen over haar miraculeuze genezing voeren. Ineens heeft iedereen oog voor haar, ook de charmante Kuno. In de laatste scène op het eindfeest dansen ze romantisch, en ondanks de lege dansvloer en de slechte muziek alles lijkt even perfect. Maar de vraag blijft: Voor hoe lang?

Conclusie
Ondanks het feit dat er al zoveel gemaakt, geschreven en gedacht is over Lourdes, weet Jessica Hausner toch een nieuwe kijk op het onderwerp te geven. De eenzaamheid en banaliteit achter de rituelen van Lourdes wordt genadeloos getoond, maar je ziet dat dingen nooit alleen maar zijn zoals ze lijken. Ze bekijkt alles met afstand, maar is niet bang ook in te zoomen op de individuele verhalen. Je snapt de beweegredenen van de personages, waarom ze handelen zoals ze doen. Lourdes werkt als een prisma, waarin alle kleuren aan bod komen. Wonderen zijn misschien gewoon wat we er zelf van maken, zoals mensen in allerlei kleuren, soorten en maten bestaan. Zoals deze film ook grappig, kritisch, dramatisch en ontroerend is.

Reactie? ga naar het gastenboek of schrijf hieronder uw reactie

Recensie

Cecile Elffers

Mariabeelden met neonaureolen, galmende, massale kerkdiensten en eetzalen vol gelatinepuddinkjes: de Oostenrijkse regisseuse Jessica Hausner lijkt het beroemde Franse bedevaartsoord Lourdes in eerste instantie te schetsen als een wereld die is opgetrokken uit kitsch en troosteloosheid. Maar al snel blijkt ze ook oog te hebben voor de oprechte hoop van de ongelukkige bedevaartgangers en het mededogen van hun begeleiders. Ook Hausners hoofdpersoon Christine, een jonge vrouw in een rolstoel, is sceptisch over de groepsbedevaart waaraan ze meedoet – tot ze in de greep raakt van de mogelijkheid te genezen van haar ziekte MS. Maar als wonderen bestaan, heeft zij er dan ook recht op?
Lourdes is een film in semidocumentaire stijl. Als een vlieg op de muur volgen we de dagelijkse routines van de door verpleegsters en vrijwilligers begeleide groepsbedevaart van Christine. Zelf merkt de MS-patiënte op dat ze de reis eigenlijk onderneemt om de deur weer eens uit te komen. Haar jonge verpleegster Maria is eveneens een niet al te vrome meid, die vooral op zoek is naar een leuke vakantie. Zij flirt volop met de mannelijke groepsbegeleiders, tot ongenoegen van zuster Cécile, de sekteleidsterachtige reisorganisator. En ook tot ongenoegen van Christine, die aan Maria ziet wat ze door haar ziekte allemaal moet missen.

Messcherp is Hausner in haar kalme observatie van Lourdes’ absurditeit; haar vaste cameraman Martin Gschlacht wist die prachtig op beeld te vangen. Dag in dag uit worden groepen hoopvolle pelgrims door de grotten, de winkels en de kerkdiensten geduwd, terwijl zij zich onderling afvragen hoe God de hiërarchie in hun groep bepaalt. Wie is er het zieligst? Wat moet je nu precies dóén voor een wonder? Mag iemand die voordringt bij de kerkdienst nog wel genezen? En wanneer geldt een genezing als ‘officieel wonder’?

Minder boeiend in Lourdes is de plot rond Christine. Haar innerlijke reis van hoop naar vertwijfeling wordt zo afstandelijk in beeld gebracht dat haar personage min of meer hermetisch blijft. De jaloezie die ze eerst zelf voelt en vervolgens bij anderen opwekt wordt weinig diepgravend voor het voetlicht gebracht en haar avontuurtje met een reisbegeleider weet ook niet bepaald te overtuigen. Pas als Lourdes aan het slot weer uitzoomt, verpleegster Maria zingt de groep op de laatste avond onbarmhartig het Italiaanse lied ‘Felicita’ toe, herwint de film zijn kracht.

Het kostte Jessica Hausner vele bezoekjes aan Lourdes en een jaar onderhandeling om er te mogen filmen. Haar toewijding en haar fascinatie voor het pelgrimsoord zijn duidelijk terug te zien in haar film. Die is als droogkomische semidocumentaire meer dan geslaagd, maar als speelfilm blijkt Lourdesnet iets te taai.